Deze website maakt gebruik van cookies.

Zeven aanbevelingen voor een sterke, veerkrachtige, toekomstbestendige popsector

18-05-2022 | Bron: DSP-Groep | VNPF

Hoe is de veer- en innovatiekracht van de popsector in te zetten voor het broodnodige post-COVID herstel en wat heeft de popsector daarvoor nodig?

Ga hier direct naar de rapportage van de DSP-Groep

Die vraag heeft de DSP-groep, in opdracht van de VNPF, onderzocht. De aanbevelingen die volgen uit de verkenning zijn:

  1. Gun de popsector hersteltijd;
  2. ontwikkel als lokale overheid met de popsector maatwerk in de regio;
  3. creëer laagdrempelige (op basis van vertrouwen) subsidiemogelijkheden;
  4. versterk de gehele keten voor de ontwikkeling van nieuw poptalent;
  5. besteed ook aandacht aan het talent achter en naast het podium;
  6. onderstreep en koester het belang van nachtcultuur;
  7. faciliteer (fysieke) plekken waar poptalent zich kan ontwikkelen.

Gevolgen COVID-19 voor de popsector
De effecten van de coronacrisis en de daarop genomen maatregelen hebben grote impact op vernieuwende en cultureel avontuurlijke programmering in de popsector. De poppodia en -festivals in Nederland zijn in zeer grote mate afhankelijk van publieksinkomsten. Subsidie, als al aanwezig, vormt gemiddeld een relatief klein deel van de omzet. Als de omzet onder druk komt te staan, gaat dat ten koste van de cultureel maatschappelijke verantwoordelijkheid die de popsector draagt. Authentiek aanbod en artistiek risicovolle programmering die zorgen voor artistieke ontwikkeling en innovatie en verjonging kan zonder subsidie niet overleven. In pre COVID-tijd werd dit risico over een kalenderjaar verspreid. Met goedlopende programma’s kon je de tekorten van de meer avontuurlijke programmering aanvullen. Vanwege het disruptieve karakter van de coronacrisis is dat eerst tot stilstand en later in de knel gekomen.

Er is twee jaar lang nauwelijks ruimte geweest voor de ontwikkeling van nieuw talent. Artiesten misten de mogelijkheid om op te treden, te werken aan zeggingskracht, zich artistiek verder te ontwikkelen. Het talent dat begin 2020 aan het ontluiken was, raakt nu in de verdrukking omdat er alweer een nieuwe lichting talent klaar staat.

Autonome kostenstijgingen frustreren vlot herstel
Veel poppodia en -festivals , waaronder ook niet gesubsidieerde producenten en organisatoren hebben, los van de gevolgen van de coronacrisis, met enorme autonome kostenstijgingen te maken, terwijl dat niet of nauwelijks op gecompenseerd wordt. Meest in het oog springend is de energierekening die op veel plekken met 60% (!) stijgt. ZZP’ers, als ze al beschikbaar zijn, vragen voor hetzelfde werk als in 2019 flink hogere tarieven. Er is materiaaltekort, de kosten voor de vaste formatie stijgen. Het doorbelasten van deze stijging aan bezoekers is niet (altijd) mogelijk. Vanwege de forse inflatie heeft het publiek minder te besteden. Schrappen in activiteiten lijkt een oplossing, maar hoe behoud je als popcultuur programmerende organisatie je relevantie?

Aanbevelingen voor een weerbare, toekomstbestendige popsector
De verkenning van de DSP-groep concludeert dat het borgen van de cultureel maatschappelijke waarden van poppodia en popfestivals momenteel vraagt om een extra investering. Het rapport van de DSP groep doet een aantal aanbevelingen.

Gun de popsector hersteltijd – Er is in de popsector grote behoefte aan een beleidsluwe periode waarin podia en festivals zich kunnen hervinden en kunnen werken aan hun maatschappelijke opdracht. De reserves die hier en daar op de balans zijn ontstaan, als gevolg van steunmaatregelen, moeten daarvoor ingezet kunnen worden.

Ontwikkel met elkaar maatwerk in de regio – Elke omgeving en organisatie is anders. De identiteit en de rol van de organisatie in de omgeving bepaalt de aanpak en de kansen die aanwezig zijn om de (lokale) popsector te versterken. Het rapport adviseert hierover in gesprek te gaan met partijen uit de lokale keten, inclusief de gemeente.

Creëer laagdrempelige subsidiemogelijkheden – Fondsenwerven is een vak. De kosten daarvan gaan voor de baten uit. De lage organisatiegraad bij met name kleinere podia zorgt ervoor dat het aanvragen van subsidie of werven van andere fondsen een ondergeschoven kind is en blijft. In de COVID-crisis is gebleken dat laagdrempelige regelingen zeer goed werken. Laagdrempelige regelingen gericht op het nemen van artistiek risico en programma-experimenten zijn nodig om de popsector relevant te houden concludeert de verkenning.

Versterk de keten voor nieuw talent – Popkunstenaars, producenten, labels media, opleidingen, podia, festivals (kortom: de gehele popketen) hebben een gezamenlijke verantwoordelijkheid om talent de speelplek en de begeleiding te bieden in verschillende ontwikkelfases. Deze keten versterk je door alle onderdelen van die keten weerbaarder en sterker te maken. Het rapport van de DSP-groep adviseert om met elkaar, gemeente, muziekonderwijs, festivals en podia, et cetera in gesprek te gaan en te kijken of het talent voldoende passende steun krijgt. Ook de ondersteuning van mid career bands verdient meer passende aandacht.

Richt ook aandacht voor talent achter en naast het podium – De popsector heeft een eigen verantwoordelijkheid in het creëren van een aantrekkelijke werkplek voor werknemers. Door de huidige krappe en kwetsbare situatie en de grote  afhankelijkheid van publieksinkomsten kan de sector moeilijk concurreren in de onder spanning staande arbeidsmarkt. Het rapport adviseert om met de keten, inclusief overheden, in gesprek te gaan over hoe een aantrekkelijk werkgever te blijven. Evident is dat het subsidie minimaal passend geïndexeerd moet worden.

Onderstreep het belang van nachtcultuur – De nachtcultuur ging tijdens de coronacrisis als eerste dicht en als laatste weer open. Ook in dit deel van de sector is veel (organisatie)talent verloren gegaan of buiten zicht geraakt. De nacht- en clubcultuur is bij uitstek ‘het podium’ dat kansen biedt voor de versterking van identiteit, diversiteit, inclusie en experiment. Betrek de nachtclubs en/of nachtburgemeesters in het herstel na de crisis. De nachtvisie van Amsterdam is een goed voorbeeld dat landelijk navolging kan krijgen.

Faciliteer (fysieke) plekken waar poptalent zich kan ontwikkelen – Niet iedere popkunstenaar begint meteen op het hoofdpodium. Ook de kleine zaal van een poppodium is niet altijd direct haalbaar voor popartiesten. Juist in de periferie van de popsector (in muziekcafés, broedplaatsen, kleine autonome zaaltjes en clubs) kunnen beginnende popartiesten ervaring op doen. Geef de ruimte aan deze plekken en maak het onderdeel van de keten en visie voor popmuziek in de regio.