Voorwaarden NOW-regeling bekend, loketten open op 6 april

2 april 2020

De voorwaarden van de Tijdelijke Noodmaatregel Overbrugging voor behoud van Werkgelegenheid (NOW) zijn bekend gemaakt. De tegemoetkoming in de loonkosten voor bedrijven die nu omzetverlies lijden, is  één van de maatregelen van het eerder aangekondige economisch noodpakket van de regering. UWV streeft ernaar dat bedrijven vanaf 6 april een aanvraag kunnen indienen. Bedrijven die aan de voorwaarden voldoen, kunnen binnen twee tot vier weken een voorschot verwachten.  

Veel ondernemers hebben het zwaar nu hun bedrijvigheid deels of helemaal is stilgevallen. Het kabinet wil het mogelijk maken dat ze hun personeel kunnen doorbetalen tijdens deze periode zodat werkeloosheid wordt voorkomen en mensen behouden blijven voor het bedrijf. Minister Koolmees van Sociale Zaken en Werkgelegenheid publiceert daarom vandaag de regeling NOW. De kamerbrief van Minister Koolmees over de NOW-regeling is hier te vinden.

Bedrijven die gedurende drie maanden ten minste 20 procent omzetverlies hebben, kunnen hiermee vanaf 1 maart een tegemoetkoming van maximaal 90 procent van de loonsom krijgen naar rato van de omzetdaling. Bij een omzetverlies van 100 procent is dat 90 procent, bij bijvoorbeeld 50 procent omzetverlies wordt dat dan 45 procent van de totale loonsom. Voorwaarde is dat ze hun medewerkers hun reguliere salaris blijven doorbetalen en dat bedrijven tijdens de periode dat er subsidie wordt ontvangen geen aanvraag doen voor ontslag om bedrijfseconomische redenen.
 

Hoe werkt de NOW?

  • Bij de aanvraag committeert de werkgever zich vooraf aan de verplichting géén ontslag op grond van bedrijfseconomische redenen aan te vragen voor zijn werknemers gedurende de periode waarover de tegemoetkoming ontvangen wordt.
  • De aanvrager verwacht tenminste 20% omzetverlies;
  • De aanvraag geldt voor een periode van 3 maanden;
  • De regeling ziet op omzetdalingen vanaf 1 maart 2020;
  • De hoogte van de tegemoetkoming in de loonkosten is afhankelijk van de terugval in omzet, maximaal 90% van de loonsom. Hieronder enkele voorbeelden van hoe de relatie tussen omzetdaling en hoogte van de tegemoetkoming uitwerkt:
    • indien 100% van de omzet wegvalt, bedraagt de tegemoetkoming 90% van de loonsom van een werkgever;
    • indien 50% van de omzet wegvalt, bedraagt de tegemoetkoming 45% van de loonsom van een werkgever;
    • indien 25% van de omzet wegvalt, bedraagt de tegemoetkoming 22,5% van de loonsom van de werkgever.
  • Op basis van uw aanvraag zal UWV een voorschot verstrekken ter hoogte van 80% van de verwachte tegemoetkoming.
  • Achteraf wordt vastgesteld wat de werkelijke daling in de omzet is geweest.
  • Bij de definitieve vaststelling van de tegemoetkoming vindt nog een correctie plaats als er sprake is geweest van een daling van de loonsom.
  • Werkgevers betalen het loon aan betrokkenen werknemers 100% door als zij gebruik maken van de tegemoetkomingsregeling.
     

Omzet
In de regeling spelen twee variabelen een grote rol: de omzet en de loonsom. Hoe hoger het omzetverlies, hoe hoger de tegemoetkoming in de loonsom voor de werkgever. Om de hoogte van het omzetverlies te bepalen, moeten werkgevers eerst hun totale omzet uit 2019 delen door vier. Zij vergelijken dat vervolgens met de omzet in maart-april-mei 2020. Maar soms is uitblijvende klandizie pas later terug te zien in de omzetdaling. Daarom kunnen werkgevers ook een periode aangeven voor de omzetvergelijking die één of twee maanden later start.

U vraagt subsidie aan voor de loonsom in maart, april en mei in verband met een verwachte terugval in de omzet van meer dan 20%. Als u verwacht dat het effect van de huidige situatie pas met vertraging in uw omzetcijfer zichtbaar wordt, kunt u aangeven dat u de periode voor de omzetvergelijking één of twee maanden later wil laten starten. U kunt starten op 1 maart, 1 april of 1 mei. De verwachte omzet in de 3 maanden van de door u gekozen periode, vergelijkt u met de totale omzet in 2019, gedeeld door vier, zodat beide cijfers zien op een omzet over 3 maanden. Op basis daarvan berekent u het omzetverlies in procenten. 

Als een bedrijf uit een aantal bedrijfsonderdelen (rechtspersonen) bestaat die samen een concern vormen, wordt de omzetdaling van het hele concern aangehouden. Anders kan de organisatie van het concern grote invloed hebben op de hoogte van de subsidie. En het kabinet vindt het daarnaast aan een concern om verantwoordelijk met medewerkers om te gaan als over het geheel genomen geen sprake is van een forse omzetdaling.

Voor de definitie van omzet wordt aangesloten bij de omzetdefinitie in het jaarrekeningenrecht. Kern is dat het omzetbegrip in deze regeling zo dicht mogelijk aansluit bij het activiteitenniveau van de onderneming, instelling, of het concern. Hierin wordt uitgegaan van de netto-omzet: de opbrengst uit levering van goederen en diensten uit het bedrijf van de rechtspersoon onder aftrek van kortingen en over de omzet geheven belasting. Opbrengsten zijn baten die ontstaan bij de uitvoering van de normale activiteiten van een onderneming. Dit betekent dat omzet wordt verantwoord als de activiteiten betrekking hebben op de levering van goederen of diensten voor een specifieke klant waarmee een (verkoop)contract is gesloten.

Ontvangt u andere opbrengsten dan uit de verkoop, zoals uitkeringen, subsidies, renteopbrengsten en bijdragen vanuit een overheidsinstelling of andere opbrengsten, zoals giften, of declaraties vanuit zorgverzekeraars? Dan vallen deze opbrengsten voor de regeling ook onder omzet.

U kunt een omzetdaling opgeven in een aangesloten meetperiode van drie maanden die start op 1 maart, 1 april of 1 mei 2020 (bijvoorbeeld van 1 april t/m 30 juni). De omzet in deze driemaandsperiode wordt vergeleken met een referentieperiode. Uitgangspunt is dat de referentieperiode de omzet van januari tot en met december 2019 is gedeeld door vier. Ondernemingen die op 1 januari 2019 nog niet bestonden hanteren een andere berekening van de omzetdaling.

Er is gekozen voor een omzetberekening die eenvoudig is vast te stellen en goed controleerbaar is. Dit is nodig omdat de regeling eenvoudig moet zijn om snel grote aantallen aanvragen te kunnen behandelen. Daarin wordt in zekere mate met verschillende factoren rekeningen gehouden, maar niet met elke factor afzonderlijk, zoals seizoensinvloeden.

Loonsom
Voor de loonsom worden gegevens uit de loonaangifte bij de Belastingdienst gebruikt. Deze neemt UWV automatisch over. UWV neemt hierbij als grondslag het zogenaamde socialeverzekeringsloon. Hier komt voor alle bedrijven dezelfde opslag van 30 procent bovenop voor werkgeverslasten zoals de opbouw van het vakantiegeld, pensioen en de werkgeverspremies. Er zit daarnaast een maximum aan het loon per werknemer van 9538,- euro per maand. Salaris boven dit bedrag wordt niet gecompenseerd. Ruim 98,5 procent van de werkenden valt onder dit maximum.

De loonsom in de subsidieperiode wordt vergeleken met de loonsom van januari zoals bekend bij de Belastingdienst. Als die ontbreekt, wordt de loonsom van november 2019 genomen. Om calculerend gedrag te voorkomen, worden wijzigingen in de loonaangifte van januari die na 15 maart zijn doorgegeven, voor deze regeling niet meegenomen. Vanwege het belang van de loonsom voor de subsidie is het belangrijk dat werkgevers tijdig loonaangifte blijven doen bij de Belastingdienst.

De subsidie bedraagt maximaal 90% van de loonsom. Als werkgever vraagt u de NOW aan per loonheffingennummer. De loonsom zal dus vastgesteld worden per loonheffingennummer. Ingeleende krachten (zoals payroll- en uitzendkrachten) tellen niet mee in de loonsom van het bedrijf waar ze de werkzaamheden verrichten.

De loonsom bestaat uit het loon waarover de premies werknemersverzekeringen worden afgedragen, het SV-loon. Het UWV gebruikt daarbij meestal de loonsom van januari 2020. Het loon van alle werknemers die in januari 2020 bij de aanvrager in dienst waren tellen hierin mee. Voor de berekening van de subsidie telt maximaal € 9.538 van het loon per werknemer mee.

Bij de definitieve vaststelling van de subsidie, na afloop van de subsidieperiode, wordt de loonsom van januari 2020 vergeleken met de loonsom van de maanden maart 2020 tot en met mei 2020. Als de loonsom gedaald is, wordt de subsidie ook lager.

Tot de loonsom worden niet de werkgeversbetalingen voor uitkeringen gerekend. Deze krijgt de werkgever immers al vergoed via UWV. De eventuele betaling van vakantiebijslag telt ook niet mee in de loonsom.

De werkgever heeft naast het loon te maken met andere kosten voor de werknemers, zoals bijvoorbeeld pensioenpremies (zowel het werkgeversdeel als het werknemersdeel), premies voor de werknemersverzekeringen en (in veel gevallen) een reservering voor het uitbetalen van vakantiegeld. Ook deze kosten worden vergoed. Daarvoor hanteert het UWV een opslag van 30% bovenop de loonsom.

Flexwerkers
Iedereen voor wie loonaangifte wordt gedaan en verzekerd is voor de WW, ZW of WIA, valt onder de loonsom waarvoor subsidie ontvangen kan worden. Ook het salaris van flexwerkers wordt gecompenseerd, er is geen onderscheid naar contractvorm. Het kabinet roept werkgevers samen met de werkgevers- en werknemersorganisaties op om, indien mogelijk, flexwerkers door te betalen. Als de loonsom krimpt omdat er minder mensen doorbetaald worden, daalt de tegemoetkoming mee.

Aanvragen, voorschot en uitbetalen
UWV streeft ernaar om de regeling vanaf 6 april uit te voeren, maar is nog bezig met de laatste testen voor de uitvoering van de regeling. Naar verwachting gaat het loket bij UWV 6 april open. De aanvraagperiode loopt tot en met 31 mei 2020. Werkgevers geven bij de aanvraag de verwachte omzetdaling op. Als UWV positief oordeelt, keert UWV een voorschot van 80% uit. Dat gebeurt in drie termijnen. Het eerste deel van het voorschot wordt uitgekeerd binnen twee tot vier weken na de indiening van de aanvraag, al verwacht UWV dat dit voor de meeste bedrijven sneller kan. 

Binnen 24 weken na afloop van de periode waarover de NOW is toegekend, dient de werkgever vaststelling van de subsidie aan te vragen. In beginsel is hiervoor een accountantsverklaring vereist. Vervolgens zal UWV binnen 22 weken een eindafrekening doen. Die kan hoger of lager uitvallen dan bij de eerste opgave werd verwacht. Bedrijven met acute liquiditeitsproblemen kunnen worden geholpen met de andere maatregelen uit het noodpakket.

Het kabinet neemt de uitzonderlijke stap tot loontegemoetkoming om snel grote aantallen bedrijven en hun medewerkers de crisis door te helpen. De Tweede Kamer heeft inmiddels ingestemd met de extra uitgave van tien miljard euro voor deze regeling. En UWV zet zich tot het uiterste in om werkgevers snel te kunnen helpen. Maar de grote verschillen tussen bedrijven, de urgentie, de uitvoerbaarheid en het belang van het tegengaan van oneigenlijk gebruik maken dat er bij deze noodmaatregel weinig ruimte is voor bedrijfs- en sectorspecifieke verschillen. Sommige bedrijven zullen daarom minder goed of niet bereikt worden. Ook zullen sommige seizoensbedrijven een berekening op basis van een gemiddelde jaaromzet nadelig vinden.

Het kabinet zal monitoren wat de precieze werking van de maatregel is en – indien nodig en mits uitvoerbaar – aanpassingen doorvoeren. Daarnaast is het, gezien de snelheid waarmee deze regeling is ontwikkeld, onvermijdelijk dat UWV de komende tijd nog uitdagingen in de uitvoering het hoofd zal moeten bieden. Het kabinet heeft veel waardering voor het werk dat UWV in korte tijd verzet.

Meer informatie
Meer details en antwoorden op de meestgestelde vragen zijn hier te vinden op de website van de Rijsksoverheid.