Deze website maakt gebruik van cookies.

Zes vragen aan Jan Hiddink

30-06-2017

Deze week stelden we zes vragen aan Jan Hiddink, programmacoördinator van WORM in Rotterdam. Lees meer over Jan’s werk, zijn eerste ruige concert in 1986, hoe trots hij is op de buitenissige programmering en met welke pianosonates je hem ’s ochtends wakker mag maken.

Wie ben je?
Ik, Jan Hiddink, ben de Programmacoördinator van WORM. Onze programma's krijgen via mij een plek in één van onze zalen. We werken daarbij samen met een veelheid aan externe partijen en personen die precies weten wat ze willen -specialisten op deelgebieden, variërend van gladde trap tot weerbarstige impro. Daar kun je niet zelfstandig tegenop programmeren, al schuif ik met regelmaat ook zelf dingen het podium op. Maar na twintig jaar programmeurschap bij o.a. Paradiso en Melkweg is het dankbaar om daar nu vooral anderen in te begeleiden.

Wat was het eerste live concert waar je ooit naartoe ging?
Dat was Wax Pontiffs uit Doetinchem, een band die vrij woeste Motörpunk speelde, a la GBH. Dit was in Stepp Inn te Borculo. Punks met vers geverfde hanenkammen, nog druipend van de autolak, brachten hun eigen vuilniszakken alcohol mee en trapten alles wat op hun pad kwam -ik noem de kassa met wisselgeld- simpelweg aan de kant. Er werd gesmeten met barkrukken. Ik dacht toen dat dit de maat der dingen zou zijn in de livemuziek. Maar achteraf is het nooit meer zo ruig geworden als toen, in 1986.

Waar ben je als programmeur van WORM tot nu toe het meest trots op?
Dat we floreren met een eigenwijze, andersoortige, buitenissige programmering die een vrolijk loopje weet te nemen met bijna alle wetmatigheden uit onze sector. En dat we behalve popmuziek ook film, theater, beeldende kunst, en talkshows doen. Dat we een prachtige geluidsstudio hebben waar makers van elektronische muziek uit de hele wereld werken met unieke apparatuur. En dat we een Filmwerkplaats hebben waar filmmakers met 16 en 35 millimeter werken. Bovendien: dat we onze eigen geschiedenis in beeld en geluid hebben ontsloten met onze eigen Pirate Bay en dat we met de Performance Bar de avontuurlijkste uitgaansplek van Rotterdam in handen hebben.

Wie zou je ooit nog willen programmeren en/of wat is je gedroomde line-up?
Mijn ervaring is dat je met het programmeren van helden niet meer bezig bent met een boeking, maar met een beproeving; het staat garant voor gratis trammelant. Niettemin, ik zou zondermeer tekenen voor een totaalavond waarin zangeres Josephine Foster en vocalist David Tibet, aangevuld met gitarist-zanger Ben Chasny, drummer Alex Neilson, pianist Reinier van Houdt, bassist Dirk Serries, toetsenist Giovanni de Domenico gezamenlijk aan de gang gaan, volgens een vooropgezet plan, liefst met een requiem. Want melancholie is in de muziek wel mijn allergrootste vriend.

Als je geen programmeur zou zijn, wat had je vermoedelijk dan gedaan?
Dan was ik misschien wel gebleven waarvoor in heb doorgeleerd; radiojournalist, functie die ik tot 2003 voor de VPRO heb uitgeoefend. Honderden interviews met muzikanten hebben me geleerd dat muzikanten vaak uitermate interessante persona zijn -zolang je het maar niet hebt over hun eigen muziek. Het cliché is waar; de muziek moet voor zichzelf spreken. En de muzikant op zijn beurt ook. Maar onderling hebben die twee, de maker en zijn werk, een soort magische relatie die zich zeker binnen de popmuziek niet laat onttoveren -hoe hard ik dat ook heb geprobeerd.

Guilty pleasures bestaan volgens ons niet. Maar, voor welke ‘onverwachte muziek’ mag je ’s nachts worden wakker gemaakt?
We gaan dan eerst de late uurtjes in met The Individualism of Gil Evans, dat wil zeggen: de beste jazzplaat die ik ken. Daarna maken jullie me zachtjes wakker met de pianosonates van Alexandre Scriabin. Vervolgens is het uitgebreid ontbijten geblazen waarbij we worden begeleid door Ein Deutsches Requiem van Brahms -huisregel is: zolang we Brahms hebben komt die gozer van Bach er bij ons niet in. Daarna gaan we weer schijtnormaal doen met de weergaloze liedjes van Hausmagger, de band van Theo Wesselo die als geen ander, en eigenlijk als enige, het ware Rotterdamse levensgevoel weet te vatten.


Klik hier om de verhalen van de andere programmeurs te lezen in de rubriek "Zes vragen aan..."