Deze website maakt gebruik van cookies.

Ledenvraag: is er al een modelovereenkomst voor technici?

18-05-2016 | Bron: VNPF

Van leden krijgen we de vraag of er al modelovereenkomsten zijn voor technici. Nee, voor zowel geluid- als lichttechnici zijn er nog geen modelovereenkomsten. We zijn intensief de mogelijkheid en de voor- en nadelen aan het bekijken van het ontwikkelen van een modelovereenkomst voor bijvoorbeeld een programmeur, marketeer of technici (licht en geluid). Lees verder als je wilt weten hoe dat zit.

Modelovereenkomst Theatertechnici
Op de VAR-informatiemiddag van 18 april is kort iets gezegd over een modelovereenkomst voor theatertechnici. Deze modelovereenkomst wordt op dit moment vormgegeven op initiatief van de NAPK en is aan de Belastingdienst voorgelegd. De VNPF is nauw betrokken bij de ontwikkeling van deze modelovereenkomst en we houden goed in de gaten wat de voor- en nadelen daarvan zijn. Mogelijk kan deze modelovereenkomst als blauwdruk gelden voor modelovereenkomsten voor onze leden. We houden jullie op de hoogte.


Modelovereenkomsten in het algemeen
Het is belangrijk om te begrijpen dat een modelovereenkomst niet zomaar de VAR-verklaring kan vervangen. Gesprekken met leden leren ons dat veel geluidstechnici, lichttechnici en ook marketeers en programmeurs, naar oordeel van de Belastingdienst (en ook naar ons idee) geen zelfstandige zijn zoals de Belastingdienst/politiek dat voor zich ziet. Het toetsingskader dat de Belastingdienst hanteert om te beoordelen of iemand als zelfstandige aangemerkt kan worden, is onder de nieuwe Wet DBA precies dezelfde als toen de VAR nog gold. De kans is groot dat veel zzp´ers die werkzaam zijn bij onze leden vanaf 1 mei 2017 niet meer als zelfstandige kunnen werken. Eigenlijk waren ze dat daarvoor ook al niet (volgens de spelregels van de Belastingdienst). Dat maakt het verwarrend.


Het probleem met de VAR was dat deze heel eenvoudig was aan te vragen én dat het voor de Belastingdienst niet te handhaven viel. Werkgevers liepen geen enkel (fiscaal) risico en liepen geen risico op naheffingen zo lang de opdrachtnemer een VAR kon overleggen. Het beoordelingskader en de spelregels van de Belastingdienst veranderen dus niet. Wat wel verandert, is dat de werkgever nu medeverantwoordelijk wordt gemaakt voor het inschatten van of iemand daadwerkelijk, volgens de fiscus, als zelfstandige aangemerkt kan worden.


In een modelovereenkomst verklaren opdrachtgever en opdrachtnemer beiden dat de opdrachtnemer een zelfstandige is. Zoiets kun je alleen verklaren en afspreken als er daadwerkelijk sprake is van zelfstandigheid. Ten overvloede: het gaat er dan niet om dat jij als opdrachtgever vindt dat de opdrachtnemer zelfstandige is; ook is het niet belangrijk dat de opdrachtnemer vindt dat hij een ´echte zzp´er´ is. Het beoordelingskader van de Belastingdienst is hier van belang. Als je middels een modelovereenkomst verklaart dat bv. een technicus een ondernemer is en de Belastingdienst denkt daar, na een controle, anders over, dan loop je beiden het risico naheffingen te moeten betalen.


Wanneer is iemand dan zelfstandige?
De Belastingdienst draait de vraag om. Zij beoordelen aan de hand van drie criteria of er sprake is van een dienstbetrekking (loondienst). Zij kijkt naar:

  • Wordt er geld betaald voor de werkzaamheden?
  • Moet het werk door die ene persoon worden gedaan of mag dat ook iemand anders zijn? Moet de arbeid persoonlijk worden verricht?
  • Is er sprake van een gezagsverhouding?

Als het antwoord op een van deze drie vragen ´nee´ is, dan is er geen sprake van een dienstbetrekking (loondienst). De moeilijkste vraag is die over de gezagsverhouding. In bijgevoegde documenten vind je informatie om met die vraag om te gaan. Om mee te beginnen is het ´Beoordelingskader Wet DBA´ aan te raden.


Zie ook de checklist met toetsingscriteria voor de beoordeling van de arbeidsrelatie. Deze is afkomstig van rendement.nl en is niet afkomstig van VNPF-bureau. Het kan helpen bij de gedachtevorming rond de beoordeling van de arbeidsrelatie die er bestaan met opdrachtnemers (zzp’ers).


Een modelovereenkomst biedt geen zekerheid!
Een belangrijke boodschap die wij steeds herhalen, is dat modelovereenkomsten waardeloos zijn als in de praktijk blijkt dat er volgens de Belastingdienst geen sprake is van zelfstandigheid. Je loopt daarmee simpelweg financiële risico´s. Deze zijn misschien nog wel groter dan wanneer je besluit om iemand in vaste dienst te nemen voor een paar uur per week.

Dus: staar je niet blind op een modelovereenkomst. Dat is een van de grote nadelen van een modelovereenkomst. Deze kan een schijnwerkelijkheid creëren. Overigens, om een en ander nog wat ingewikkelder te maken: als het overduidelijk is dat iemand zelfstandige is, is een modelovereenkomst helemaal niet nodig. Een VAR-verklaring was in dat geval ook niet nodig.

Wat nu te doen?
Wij als VNPF raden onze leden aan om de komende tijd als opdrachtgever en -nemer eerst en bovenal die drie bovenstaande vragen te beantwoorden. Ga ook vooral als opdrachtgever en -nemer om de tafel om deze vragen te beantwoorden. Dat klinkt misschien onbevredigend, maar het lijkt ons in deze fase wel de beste volgorde.

Antwoorden Kamervragen Wiebes
De afgelopen tijd heeft staatssecretaris Wiebes meerdere keren antwoord gegeven op Kamervragen over de Wet DBA. Zie de bijlagen.