Deze website maakt gebruik van cookies.

Btw afdracht over 'no show' tickets blijft gehandhaafd

04-01-2016

Eind december 2015 heeft het Europees Gerechtshof uitspraak gedaan in een zaak van KLM Air France. De vliegtuigmaatschappij wilde geen btw afdragen als passagiers geen gebruik maakten van de gekochte tickets, dus een zelfde no show als in de popsector. Het Europees Gerechtshof heeft besloten dat ook over deze tickets btw afgedragen moet worden.

Podia, festivals, concertzalen en andere theaters verkopen vaak toegangskaarten in de voorverkoop. Maar niet iedereen komt altijd opdagen (“no show”), hetgeen varieert van een enkeling tot soms 5% (en meer) van de verkochte kaarten. De bezitter van de toegangskaart maakt daarmee geen gebruik van de voorstelling, maar krijgt zijn geld niet terug.

Het lijkt dat voor niet-gebruikte toegangskaarten voor voorstellingen hetzelfde geldt als voor niet-gebruikte consumptiemunten: de tegenprestatie wordt niet geleverd, dus is er geen belastbare dienst voor de btw.

Helaas heeft het Europees Gerechtshof een dergelijk standpunt afgewezen en besloten dat er wel btw afgedragen moet worden, omdat er een stoel wordt vrijgehouden voor de passagier en die daar dus gebruik van kan maken. Daardoor heeft KLM Air France de prestatie verricht en is er dus btw verschuldigd, ook bij een no show. De stukken en de uitspraak van 23 december 2015 zijn hier in te zien (voor geïnteresseerden: lees van die uitspraak vooral pagina 10 met de drie punten van de uitspraak).

Bezwarende titel

Op grond van artikel 1 van de Wet op de omzetbelasting 1968 wordt omzetbelasting geheven ter zake van leveringen en diensten welke in Nederland door een als zodanig handelende ondernemer onder bezwarende titel worden verricht. Van onder een bezwarende titel verrichte prestatie is sprake wanneer de ene partij een prestatie verricht waarvoor de ander een vergoeding betaalt. Bij de verkoop van een toegangskaart voor een show wordt volgens de Belastingdienst feitelijk door de ondernemer tegen vergoeding het recht overgedragen om een (specifieke) show bij te wonen.

Verder heeft het Europees Gerechtshof uitgesproken dat de btw al verschuldigd is als de kaarten verkocht worden en de toegangsprijs dus ontvangen wordt. En niet dus pas als de daadwerkelijke vlucht plaatsvindt (of in ons geval: als het concert of festival plaatsvindt). Of de betreffende eigenaar van de toegangskaart (recht) vervolgens wel of niet komt opdagen bij de voorstelling doet dan vervolgens volgens de Belastingdienst niet meer ter zake. In beide gevallen blijft het recht tot bijwonen van de voorstelling immers berusten bij de eigenaar van de toegangskaart totdat de betreffende voorstelling is afgelopen en het betreffende recht dus niet meer uitgeoefend kan worden. Dat lijkt te kloppen met de tekst van de Nederlandse Wet op de omzetbelasting en de Europese btw-richtlijn.