Deze website maakt gebruik van cookies.

CBS: Satellietrekening cultuur en media 2015

Op 19 juli 2019 werd door het CBS voor het eerst de 'Satellietrekening cultuur en media' gepubliceerd, waarin voor het jaar 2015 de bijdrage van cultuur en media aan de Nederlandse economie wordt beschreven. Wat is aandeel van cultuur en media in het bruto binnenlands product, de werkgelegenheid en de consumptie van huishoudens?

Op verzoek van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap heeft het CBS een eerste satellietrekening cultuur en media samengesteld. Omdat het hier een eerste proeve van een satellietrekening cultuur en media betreft wordt tevens uitgebreid ingegaan op de gehanteerde afbakening van cultuur en media en hoe een satellietrekening precies tot stand komt.

De belangrijkste conclusies en het aandeel van de podiumkunsten uitgelicht:

Bijdrage cultuur en media aan de totale economie
De bijdrage van de cultuur- en mediasector aan de totale Nederlandse economie (het bbp) bedroeg 25,5 miljard euro (3,7%) in 2015.

Totale aanbod van cultuur- en mediaproducten
Het totale aanbod van cultuur- en mediaproducten in Nederland bedroeg 58,1 miljard euro in 2015. Binnen dit aanbod was het aandeel van de podiumkunsten 4,6 miljard euro (7,9%).

Consumptieve bestedingen aan cultuur en media
Bestedingen van huishoudens bedroegen 14,1 miljard euro in 2015, ofwel 4,7 % van de totale consumptieve bestedingen van huishoudens in Nederland; dit komt neer op 1.700 euro per jaar per huishouden. Podiumkunsten komen op de derde plaats met 2,0 miljard euro (241 euro per jaar per huishouden) en bestaan grotendeels uit het consumeren van podiumdiensten zelf: het bezoeken van concerten en voorstellingen.

Overheidsuitgaven aan cultuur en media
In 2015 gaf het Rijk 1,7 miljard euro uit aan cultuur en media.Voor het overgrote deel waren dit subsidies en
inkomensoverdrachten aan organisaties en instellingen op het terrein van cultuur en media (85%). De gemeenten gaven in 2015 1,8 miljard euro uit aan cultuur en media. Ook hier bestaat het overgrote deel (70%)  uit subsidies en inkomensoverdrachten. Vergeleken met het Rijk en de gemeenten geven de provincies weinig uit aan cultuur en media (236 miljoen euro). De totale uitgaven van de overheid aan cultuur en media betreft 1,4% van de totale overheidsuitgaven.

Werkgelegenheid en vrijwilligerswerk
De werkgelegenheid samenhangend met de productie van cultuur- en mediaproducten bedroeg 410.000 werkzame personen  (4,7% van het totale aantal werkzame personen in Nederland). Dit komt neer op 318.000 arbeidsjaren (4,5% van de totale werkgelegenheid in Nederland).

Van alle werkzame personen in de cultuur- en mediasector werkte  twee derde (65%) als werknemer. Voor de gehele economie is dit 83%. In de cultuur- en mediasector werken dus relatief meer zelfstandigen.

De inzet van vrijwilligers wordt door het CBS niet tot de werkgelegenheid gerekend. In delen van de cultuur- en mediasector is de arbeidsinzet van vrijwilligers echter substantieel: 47% van het aantal werkzame personen in de podiumkunsten bestond in 2017 uit vrijwilligers/stagiaires. Voor de VNPF-poppodia was dit zelfs 60% (ook in 2017).

Kijk hier voor meer informatie en download hier de gehele publicatie.