Praktische invulling van de vrijwilligersregeling
In 2007 is de vrijwilligersregeling enkele keren in de Tweede Kamer aan de orde geweest. Het ging daarbij vooral om de discussie over het maximum onbelast uurtarief van € 4,50 en (voor vrijwilligers onder de 23 jaar) € 2,50. Bij de behandeling van het Kabinetsplan aanpak administratieve lasten heeft de Tweede Kamer een motie aangenomen, waarin de regering werd verzocht dit uurtarief te laten vervallen. De indieners van de motie gingen er vanuit dat het maximum onbelaste uurtarief voor veel vrijwilligers en vrijwilligersorganisaties zou leiden tot een verplichte urenregistratie. En dat zou uiteraard onnodige administratieve lasten tot gevolg hebben. De staatssecretaris van Financiën heeft aan de Tweede Kamer gemeld dat hij de opvatting deelt dat geen urenadministratie nodig is om een vrijwilligersvergoeding te betalen. Hij heeft de Kamer toegezegd nadere informatie te verstrekken over de vraag hoe vrijwilligers(organisaties) op praktische wijze invulling kunnen geven aan de vrijwilligersregeling. Daartoe dient dit artikel. Voor een goed begrip van de regeling volgen eerst enkele algemene opmerkingen.
Vrijwilligersvergoedingen zijn onder bepaalde voorwaarden belastingvrij
Al vanaf 1985 zijn vrijwilligersvergoedingen vrijgesteld voor de belasting- en premieheffing. De vrijwilligersregeling is in het leven geroepen om tegemoet te komen aan het verlangen van de vrijwilligerswereld naar een duidelijke regeling voor het verstrekken van geringe kostenvergoedingen aan vrijwilligers. Aan de vrijstelling zijn wel enkele voorwaarden verbonden. Deze voorwaarden hebben betrekking op (1) de maximale hoogte van de vergoeding per maand en per jaar, (2) de organisatie waarvoor men de werkzaamheden verricht en (3) de aard van de werkzaamheden.De meeste betrokkenen zijn goed op de hoogte van de voorwaarde (1) dat de vergoeding niet hoger mag zijn dan € 150 per maand en ook niet hoger dan € 1500 per jaar. Geen van deze bedragen mag worden overschreden. Bij de genoemde bedragen gaat het om het totaal van de vergoedingen en verstrekkingen, inclusief eventuele afzonderlijke kostenvergoedingen. Voorwaarde (2) houdt in dat de vrijwilliger de werkzaamheden verricht voor een organisatie of instelling die niet is onderworpen aan de vennootschapsbelasting of dat men werkzaamheden verricht voor een sportorganisatie. Voorwaarde (3) bepaalt dat het moet gaan om werkzaamheden die men niet beroepsmatig verricht en waarvoor men dus geen marktconforme vergoeding ontvangt.
Vrijwilligersbeleid
